Peuters

Als kinderen ongeveer 20 maanden zijn, maken ze de overstap naar het dagprogramma van de peuters. In de peuterfase is het aanbod van activiteiten van belang voor de ontwikkeling van het lichaam, het denken en de emoties.

In de peuterfase zijn bewegingen met voornamelijk de handen van belang voor de ontwikkeling van de motoriek van het kind zoals het vasthouden van een potlood, het bouwen met duplo of het rijgen van een ketting met kralen. Peuters hebben ruimte nodig om zich te bewegen. Het kind ontwikkelt het grove motoriek door zitten, staan, lopen en fietsen. Soms moet je peuters laten knoeien, daar leren ze van.

De kennismaking met taal betekent een grote verandering voor de verstandelijke en cognitieve ontwikkeling van het kind. Op de leeftijd van ongeveer twee jaar hebben peuters al een woordenschat van circa 200 woorden. Jonge kinderen leren het meest als iemand actief reageert op wat ze zeggen. Naast de taal draait het om de ontwikkeling van het denken, het waarnemen en het geheugen.

Bij Het Kind Centraal weten we dat peuters niet zomaar samen kunnen spelen. Dat is iets wat ze nog moeten leren. Vooral jonge kinderen hebben vaak moeite om samen te spelen en te delen. Het kind is nog heel sterk gericht op ‘ik’ en op ‘dat is van mij’. Door samenspel leren kinderen sociale vaardigheden en omgang te hebben met hun eigen emoties. Als gastouders stimuleren we samenspel door duidelijke regels aan de peuter voor te leggen wat wel en wat niet mag.

In de peuterfase draait het natuurlijk ook om het zindelijk worden van het kind. Per dag zijn er vier keer toilet- en verschoningsrondes. Natuurlijk worden de kinderen indien nodig ook tussendoor verschoond. Kinderen die nog niet zindelijk zijn, zullen we zoveel mogelijk stimuleren om op het potje te gaan, dit in overleg met de ouders zodat men er thuis ook rekening mee kan houden. Het is prettig als er voor eventuele ongelukjes extra verschoningssetjes aanwezig zijn.

facebook